Oesters: soorten en maten

19 mei 2026
 

Er zijn wel 100 oestersoorten. De twee meest dominante zijn: 1) de creuse of Japanse oester (Crassostrea gigas), ook wel holle of bolle oester genoemd en 2) de platte oester (Ostrea edulis)

1) Creuse

  • De Fransen nummeren hun creuses van groot (0) naar klein (4):
    Nr. 0 = >150g
    Nr. 1 = 111-150g (très grosse)
    Nr. 2 = 86-110g (grosse)
    Nr. 3 = 66-85g (moyenne)
    Nr. 4 = 46-65g (petite)

    Daarnaast heb je nog twee kwaliteitsaanduidingen:

    Fines de claire:
    – min. 28 dagen gerijpt in ‘claires’ (zoutwaterbassins)
    – zachtere, iets verfijndere smaak krijgen dan standaard creuses
    – vleesgehalte 6,5 tot 10,5%
    – max. 3 oester per m² in een ‘claire’ 

    Fines de Claire Spéciale (of Spéciales de Claire):
    – min. 28 dagen gerijpt in ‘claires’ (zoutwaterbassins)
    – Ronder, romiger, voller, intenser, soms nootachtig
    – vleesgehalte >10,5%
    – max. 2 oester per m² in een ‘claire’
  • Nederlandse c.q. Zeeuwse oesters nummeren ook oplopend van groot naar klein, vroeger ook vaak met Romeinse cijfers aangeduid:
    0 = >200g
    1 = 150-200g (I)
    2 = 120-150g (II)
    3 = 180-120g (III)
    4 = <80g (IV)

2) Platte oester

  • In Frankrijk is de grootste vijf nullen en elke maart kleiner is een 0 minder. Vanaf 0 telt het verder op tot nr. 4, de kleinste sortering en na één 0 telt het weer op:
    Nr. 00000 = >150g (‘pied de cheval’ of paardenvoet)
    Nr. 0000 = 140g
    Nr. 000 = 120g
    Nr. 00 = 100g
    Nr. 0 = 90g
    Nr. 1 = 70g
    Nr. 2 = 60g
    Nr. 3 = 50g
    Nr. 4 = 40g
  • In Zeeland begint de grootste maat bij zes nullen, oplopend tot een enkele 0. In Zeeland wordt het aantal nullen echter aangeduid met een cijfer: drie nullen (000) wordt dan 3/0. Hoe meer nullen, des te groter de oester:
    6/0 (90-110g)
    5/0 (80-90g)
    4/0 (70-80g)
    3/0 (60-70g)
    2/0 (50-60g)
    1/0 (40-50g)